Home Page Image
 
 


Elgar put kracht uit Beethovens voorbeeld

In 2007 verscheen mijn boek Elgars Enigma-variaties. Het raadsel opgelost, waarin ik een nieuwe oplossing presenteerde voor het raadsel dat Elgar in zijn Enigma Variations verwerkte. Kort daarna plaatste ik op deze website een beknopt artikel met een samenvatting van mijn theorie. Sindsdien zijn er pogingen gedaan om deze onderuit te halen, onder meer door middel van een filmpje / geluidsfragment op YouTube. Wat men daarin ziet en hoort, is echter geheel absurd en heeft niets met mijn theorie te maken. Om verwarring te voorkomen heb ik besloten het artikel uit te breiden met enkele geluidsfragmenten, notenvoorbeelden en aanvullende opmerkingen. Uitvoeriger argumentatie voor deze theorie vindt men in mijn boek (zie de gegevens onder dit artikel).

1.
Wat doe je als je iets moet schrijven over een muziekstuk met de titel ‘Enigma’ terwijl je geen idee hebt wat dat raadsel inhoudt? Dan blijf je maar beter zo dicht mogelijk bij wat de componist er zelf over heeft prijsgegeven. Charles A. Barry, die een programmatoelichting moest verzorgen voor de première van de Enigma Variations in 1899, haalde dan ook Elgars eigen woorden aan, met daarin de intrigerende mededeling ‘… through and over the whole set [van variaties] another and larger theme “goes”, but is not played… So the principal Theme never appears…‘.


Ook F.G. Edwards, redacteur van the Musical Times, deed dat in zijn artikel over Elgar van oktober 1900. Beginnend met ‘Mr Elgar tells us that …’ vermeldde hij dat het mogelijk is een andere muzikale frase, ‘which is quite familiar‘, toe te voegen boven het oorspronkelijke thema dat Elgar had geschreven. Zoals uit de correspondentie blijkt, heeft Edwards heel nauwgezet alle wijzigingen uitgevoerd die Elgar en zijn vrouw Alice na lezing in de tekst aangebracht wilden zien. Zelfs zocht Edwards hen een maand vóór de publicatie nog eens op om erover te praten. Het is echt ondenkbaar dat Elgar een onjuiste mededeling over zijn Enigma in Edwards artikel zou hebben laten staan. Ook Robert Buckley claimt in zijn Elgar-biografie van 1905 Elgars eigen woorden weer te geven. Wat hij erover zegt, bevestigt wat Edwards erover meedeelde: ‘The theme is a counterpoint on some well-known melody which is never heard.’ Edwards’ en Buckley’s mededelingen bevatten een hard gegeven en zijn daarom belangrijk voor het vinden van de oplossing.

Wat met dit alles wel zeker is, is dat men om een oplossing te vinden moet zoeken naar een melodie die met het thema te combineren valt. Met andere woorden, het eigenlijke thema van de Enigma Variations moet dus gecomponeerd zijn als een tegenmelodie, zeg maar als een tweede stem, bij die mysterieuze melodie die in het werk ontbreekt maar tegelijkertijd alom aanwezig is en die zowel ‘larger’ dan het oorspronkelijke Enigma-thema als ‘quite familiar’ of ‘well-known’ kan worden genoemd.


Daarmee valt de bodem uit veel van de tot nu toe voorgestelde oplossingen. In een aantal daarvan gaat het immers om een overeenkomst tussen de beginmelodie en een bepaald ander wijsje, bijvoorbeeld enkele gelijke noten of intervallen (zoals bijvoorbeeld in de Rule Brittannia-theorie). In een aantal andere oplossingen wordt weliswaar een bepaalde melodie genoemd die met het Enigma-thema zou kunnen worden gecombineerd (zoals de hymne Now the day is over), maar steeds weer blijken er dan een of meer details niet te kloppen. Dergelijke onvolmaaktheden kan men zich van een kundig componist als Edward Elgar in deze voor hem belangrijke compositie natuurlijk niet voorstellen. In de 113 jaar die inmiddels sinds de première zijn verstreken is het nog steeds niemand gelukt een melodie te vinden die op overtuigende wijze te combineren valt met het mineurthema van de Enigma Variations.


2.
Toch blijkt er wel degelijk een oplossing te zijn die aan alle voorwaarden voldoet. Ik ben op zoek gegaan naar een melodie die Elgar op een of andere wijze met het werk heeft verbonden. Daarbij stuitte ik op het gesprek dat hij in augustus 1904 onder vier ogen voerde met zijn vriendin Dora Penny over de Nimrod-variatie, volgens Elgar niet echt een portret, maar ‘the story of something that happened’.

De componist vertelde haar hoe zijn vriend en ‘soulmate’ August Jaeger (= Nimrod) hem eens, toen hij gedeprimeerd was en wilde stoppen met componeren, streng had toegesproken. Jaeger wees daarbij op Ludwig van Beethoven, die ondanks zijn grote moeilijkheden steeds had doorgezet en meer en meer prachtige muziek had gemaakt. ‘And-that-is-what-you-must-do’, zei hij en zong hem het thema van het tweede deel van Beethovens Sonate Pathétique voor.

AUDIOFRAGMENT 1 het Pathétique-thema


Volgens Elgar zelf wordt in de Nimrod-variatie muzikaal aan die melodie gerefereerd: ‘Can’t you hear it at the beginning?”vroeg hij aan Dora Penny, ‘Only a hint, not a quotation’.

AUDIOFRAGMENT 2 het Nimrod-thema

Het is naar mijn mening echter wel zeer onwaarschijnlijk dat een luisteraar, onkundig van wat Elgar erover heeft gezegd, hierin een verwijzing naar Beethoven zal herkennen. In de literatuur wordt zelden expliciet op dit feit ingegaan. Wat hebben de thema’s van Nimrod en de Pathétique eigenlijk precies met elkaar te maken?

Het eerste wat ik in mijn onderzoek ontdekte, was dat het begin van de Nimrod-melodie, als men steeds op de eerste tel een kwartrust invoegt, perfect als een tegenmelodie kan worden gecombineerd met het begin van de (bekende, niet gespeelde) melodie uit Beethovens Pathétique. Dit wordt duidelijk in notenvoorbeeld 1 en audiofragment 3.

Deze tegenmelodie blijkt opgebouwd te zijn uit een groepje van vier noten, gebaseerd op het ritme van Elgars eigen naam (‘Edward Elgar’: kort-kort-lang-lang. en de omkering ervan: lang-lang-kort-kort, plus een slotnoot). Ik noem de melodie die zo ontstaat het ‘Elgar-thema’. Deze speelt in het werk een heel belangrijke rol. Dat de componist met die vier noten bewust naar zichzelf verwees, blijkt o.a. uit het feit dat hij met dit motief (in de mineur-versie) een brief ondertekende, die hij in 1901 vanuit een hotel in Leeds aan Dora Penny schreef.

Notenvoorbeeld 1: Het begin van het thema van het tweede deel van Beethovens Pathétique in Es en in dubbele notenwaarden, met daaronder in het kader het 'Elgar-thema'

 

AUDIOFRAGMENT 3 het ‘Elgar-thema’ en het Pathétique-thema gecombineerd

Dat het ‘Elgar-thema’ als een tegenstem is gecomponeerd bij het Beethoven-thema blijkt onder meer uit de tweede F (die in het notenvoorbeeld hierboven met een kruisje is gemarkeerd). Op basis van het mineur-beginthema van het werk zou men hier een G verwachten. Doordat het een F is, past hij echter precies in het accoord dat Beethoven op die plaats laat klinken. (Er zijn meer aanwijzingen dat het begin van de Beethovenmelodie en het ‘Elgar-thema’ iets met elkaar te maken hebben. Zoals het feit dat beide gevolgd worden door noten G, Bes, Es en een hoge respectievelijk een lage F).

Een andere mogelijke aanwijzing is bijvoorbeeld het tempo dat Elgar aanvankelijk voor Nimrod (en het beginthema) in gedachten had. Tegenwoordig wordt de variatie erg langzaam gespeeld. Ook Elgar deed dat al in de opname die hij in 1926 maakte met het Royal Albert Hall Orchestra: het tempo is daarbij = ca. 40. Opmerkelijk is echter dat de componist, blijkens de autograaf van 1899, aanvankelijk een aanzienlijk hoger tempo in gedachten heeft gehad: hij noteerde erboven ‘Moderato = 66’ (en boven het mineur-beginthema ‘Andante= 63’). Is het toeval dat juist met dit oorspronkelijke tempo in notenvoorbeeld 2 twee kwartnoten van het ‘Elgar-thema’ uitstekend passen op één halve noot van Beethovens thema als men dit laatste, zoals door Beethoven voorgeschreven, Adagio cantabile speelt?

Bekijken we het ‘Elgar-thema’ nader dan blijken de noten van het begin van Beethovens melodie alle daarin voor te komen en wel in precies dezelfde volgorde, terwijl elke noot ervan steeds direct volgt op dezelfde noot in het Pathétique-thema: na de G van de Beethoven-melodie volgt een G in het Elgar-thema, na de F van Beethoven klinkt die van Elgar, enzovoort. Als volgt:

Notenvoorbeeld 2: de noten van het begin van het Beethoventhema worden direct herhaald in het ‘Elgar-thema’


De muzikale symboliek hiervan is evident: Elgar, gesymboliseerd door het ‘Elgar-thema’, volgt Beethoven, gerepresenteerd door het thema van de Pathétique. Daarmee doet Elgar wat Jaeger hem op het hart had gedrukt. Dit nu blijkt het centrale idee van de hele compositie te zijn.

De Beethoven-melodie voldoet aan alle eigenschappen die we hierboven noemden voor het mysterieuze ‘principle Theme’ dat in het werk verborgen is. Nu hiermee wel vaststaat dat het ‘Elgar-thema’ bij de Beethoven-melodie is gecomponeerd, kan het niet anders dan dat de Nimrod-melodie daarvan afgeleid is: de rusten werden geschrapt, waardoor het thema in ¾-maat kwam te staan, en de melodie werd uitgebreid. Ook het beginthema van het werk werd ervan afgeleid en is dus in feite zelf al een variatie op het onderliggende ‘Elgar-thema’: dat thema werd, nu met behoud van de rusten, in mineur gezet en eveneens uitgebreid, waarbij de bewuste F om melodische redenen veranderd werd in een G. Elgar wilde het werk aanvankelijk – nogal ongebruikelijk – slechts ‘Variations’ of ‘Variations for Orchestra’ noemen zonder in de titel van een ‘thema’ te gewagen. Wellicht wilde hij vermijden dat zou worden gesuggereerd dat, net als in andere werken in het genre “thema en variaties”, de beginmelodie van het werk het eigenlijke thema was. In feite is het ‘Elgar-thema’, de kiem waaruit het werk ontstond, de hoofdmelodie: direct of indirect zijn (bijna) alle delen variaties op die melodie, ook de mineurmelodie waarmee het werk begint.


3.
De componist heeft volgens deze theorie niet zomaar een onnozel raadseltje met het werk verbonden, maar heeft er een zinvolle gedachte in uitgedrukt die voor hem, toen hij aan de compositie begon, belangrijk was. Zoals we weten, was hij in oktober 1898 een tijdlang heel terneergeslagen. De mineur-melodie waarmee het werk begint, drukt muzikaal de droefheid en eenzaamheid van de kunstenaar uit. De daarop volgende variaties, die elk een eigen karakter hebben, portretteren weliswaar “aan de oppervlakte” een aantal van Elgars vrienden, maar ze zijn natuurlijk ook evenzovele weergaven van stemmingen en persoonlijke muzikale uitingen van de componist zelf. Ook de hoofdmelodie van het slotdeel is gebaseerd op het ‘Elgar-thema’ (het ritme van de tweede helft ervan: lang-lang-kort-kort-kort). In deze Finale wordt de kracht en de zelfverzekerdheid uitgedrukt die de kunstenaar ervaart door Beethoven als voorbeeld te nemen. In feite gaat het in de Enigmavariaties, net als in sommige andere van zijn werken en van zijn tijdgenoten Richard Strauss en Gustav Mahler, om de kunstenaar zelf.

Met zijn enigma heeft Elgar iedereen op het verkeerde been gezet: niet het beginthema kan worden gecombineerd met een andere, langere, bekende, in het werk niet gespeelde melodie, maar het ‘Elgar-thema’, dat verstopt zit in Nimrod. Deze variatie, die zich als een emotioneel hoogtepunt midden in het werk bevindt,  verwijst naar August Jaeger, Elgars dierbare vriend, die hem op moeilijke ogenblikken vaak bemoedigde en bij zijn creatieve werk dikwijls waardevolle raad gaf. Daarom heeft Jaeger ook op een andere wijze een ereplaats in het werk gekregen: in de Finale citeert Elgar niet alleen de eerste, aan zijn vrouw opgedragen variatie, maar ook de Nimrod-variatie.


Doordat het begin van de Pathétique-melodie verstopt zit in het eigenlijke thema van de Enigma Variations, het korte ‘Elgar-thema’ dat in het werk in allerlei vormen verschijnt, kan men zeggen dat Beethovens thema door het hele werk waart zonder zelf gespeeld te worden: ‘… through and over the whole set another and larger theme “goes”, but is not played…’.

Ook Dora Penny kon het raadsel van de Variaties niet oplossen, omdat ze het verband niet zag tussen het enigma en het Jaeger-Beethoven-verhaal dat de componist haar onder vier ogen zelf had verteld. Elgar verwonderde zich daarover: "I'm surprised. I thought that you of all people would guess it".

Hans Westgeest


Hans Westgeest, Elgars Enigma-variaties. Het raadsel opgelost. Corbulo Press, Leidschendam-Voorburg, 2007. Hardcover  € 18,95 (ISBN 978-90-79291-02-1), paperback € 13,50 (ISBN 978-90-79291-04-5). Ook in Engelse vertaling verkrijgbaar. Het boek is te bestellen via de boekhandel of door het sturen van een email naar de auteur (jpwestgeest@hotmail.com).